Het meeste is goed

Mensen vragen nog altijd hoe het met me gaat. Bijna een jaar nadat jij bent overleden op 16 augustus. Een jaar gaat dus zomaar voorbij, óók zonder jou. Weer staan we op het punt te vertrekken richting Zeeland. Dit keer met z’n drietjes: Carlijn, Joep en ik. Het zal niet meevallen: het huis van herinneringen aan onze laatste vakantie. We moeten er doorheen en dat gaat ons lukken, hoe dan ook.

Je zit in mijn systeem. Zo tel ik nog vaak voor vier. Wij…. gezin. Dat is vier. Dat maakt het dat je er altijd bij bent. En wat ben ik blij dat ik het zo kan voelen. Jouw heengaan voelt niet alsof ik ben geamputeerd of jij bent weggerukt. Onlosmakelijk aan elkaar verbonden is een betere term. Ik voel je nog steeds en zie je terug in onze kinderen, hoe mooi is dat?

Dat neemt niet weg dat het me soms zwaar valt. Vader en moeder tegelijk moeten zijn met twee pubers in huis. Helaas heb ik ervaren dat ik niet de enige ben die er alleen voor staat met opgroeiende kinderen. In die bijna elf maanden na jouw overlijden heb ik bij meerdere uitvaarten gezeten. Om precies te zijn vier. Steeds van geliefde, sterke mannen die ook niet gemist kunnen worden. Ook zij moesten het leven loslaten. Hun vrouwen, kinderen en soms kleinkinderen achterlatend.

Ik heb de afgelopen maanden de balans proberen op te maken. Wat is er gebeurd en hoe moet ik verder? For heaven’s sake. Wat een doolhof! Ik neem nieuwe afslagen en andere wegen, ik kan ineens deuren openen die eerst voor mij gesloten leken. Hierdoor voel ik me soms schuldig. Schuldig, omdat ik het allemaal mag aanraken en ervaren. En jij niet. Waarom? Je hebt het tijdens jouw ziekte slechts een enkele keer afgevraagd: waar heb ik dit aan verdiend?

No answer. Ik probeer deze wanhopige vraag dan ook van me af te schudden. Door te gaan met leven zoals jij het ook zou hebben gedaan. Leef je leven en geniet van alles wat op je pad komt. Dat is veel Hanske. Soms zo veel, dat het me duizelt. Nieuwe indrukken, nieuwe ontmoetingen en gevoelens. Het valt niet altijd mee om alles in het gunstigste perspectief te zien, de juiste signalen op te pakken en de meest geschikte stap te nemen. Af en toe duik ik ergens vol enthousiasme in en soms maak ik slechts wankele stapjes in een voor mij onbekende richting. Stoer en vol zelfvertrouwen, maar net zo vaak kwetsbaar en onwetend. Varend op mijn intuïtie in de hoop niet té vaak op mijn bek te gaan. Wat mis ik dan je schouder, je mensenkennis, het snelle schakelen en support. Je onvoorwaardelijk steun, vertrouwen en waanzinnig trots zijn op mij. Ga ervoor Miepke, je doet het goed.

Laten we eerlijk zijn, de gezegdes ‘met vallen en opstaan’, ‘door schade en schande’, zullen er niet voor niets zijn. Al had jij zo je eigen uitspraken, taalverbastering in liedjes en oneliners. Bri-Bra-Breskov, Het is koud in de kerk, Zwemmen, zwemmen met wie en Motherfucking Shit (maar dan in het Nederlands). 

Maar ondanks je aversie (huhwat betekent dat?) voor tegeltjeswijsheid was jouw glas altijd halfvol. Dat sierde je. Hans, ik leef ernaar. Verdrietig genoeg zonder jou. Het gaat me lukken, ooit. Dus voor nu antwoord ik: het meeste is goed.

 

 

 

Advertenties

When we met Harry

Soms kom je mensen tegen die je op het juiste moment weten te raken. Wijnbar Mendoza, Rotterdam. Hij gaat een wijntje halen en bij terugkomst is zijn plaatsje bezet. Het toeval wil dat wij er zijn gaan zitten. Zuslief en ik. Hij twijfelt, gaat weg maar komt net zo snel weer terug. Dit is toch echt de beste plek om het podium te bekijken waar op dat moment een reggaebandje speelt. Hij stelt zich voor als Harry. Geboren en getogen in Breda. Zijn werk als topambtenaar bij de gemeente Rotterdam brengt hem in 1971 naar hier.

Harry is 81 jaar maar dat is hem niet aan te zien. Jeugdig, keurig verzorgd en welbespraakt. Hij vertelt honderduit. Heel enthousiast is hij over zijn arbeidsverleden, zijn werk als directeur Personeel & Organisatie gemeente Rotterdam en directie van Albert Heijn. Ergens daartussen blijkt hij ook werkzaam te zijn geweest bij ’s lands grootste uitgever VNU. We hangen aan zijn lippen, mijn zus en ik. Beiden in de ban van het feit dat deze totale onbekende ons zo raakt met zijn verhalen.

Ongezegd weet Harry te vertellen dat wij zussen zijn. Nog niet eerder heeft iemand bedacht dat wij – ‘duo-penotti’ – van de zelfde vader en moeder afkomstig zijn. Harry weet het en ziet het meteen. ‘Maar wel met een ander DNA’, lacht hij. Harry heeft gelijk. Buiten onze uiterlijke verschillen, lijken wij ook innerlijk in geen enkel opzicht op elkaar.

Zijn verhaal gaat verder. Hij vertelt over de liefde voor zijn vrouw die 20 jaar geleden stierf en zijn huidige vriendin, een volle nicht van haar uit Eindhoven. Met haar deelt hij inmiddels alweer 15 jaar zijn leven. Nou ja delen… Hij ziet haar naar zijn mening te weinig maken we uit zijn verhaal op. Het is eens per twee weken in het weekend. Harry wil meer, zij niet. Dat is het moment dat mijn zus aarzelend het voorzetje geeft dat ook ik mijn man heb verloren. Het maakt me kwetsbaar maar toch laat ik wat los. Harry schrikt. ‘Jeetje zo jong nog…. Red je het? Financieel? Mentaal?’ Ik voel me kwetsbaar maar al snel op mijn gemak. Ik vertel dat ik het red, maar Harry ziet dat het niet meevalt.
Harry kijkt mij aan. Zijn woorden kiest hij zorgvuldig: ‘Soms lopen zaken anders dan je zou willen, of hoe je bedenkt dat het zou moeten lopen. Onthoud dat je niet alles in de hand hebt.’ 

BAM. Recht in mijn ziel. Mijn zus voelt het ook en pakt mijn hand. De muziek gaat harder en Harry vindt het tijd om te gaan. Hij verdwijnt net zo snel als dat hij is gekomen, een waardevol puzzelstukje achterlatend op het moment dat ik het o zo nodig had.

http://mireilleschrijft.nl/